Value in the Valley is een innovatie-instituut opgericht door de Hanzehogeschool Groningen, het Alfa-college, het AOC Terra, Van Hall Larenstein en RSG de Borgen. Bij dit instituut voeren studenten uit het (v)mbo en hbo gezamenlijk opdrachten uit voor het bedrijfsleven.
leren innoveren
Studenten werken als projectmedewerkers in kleine groepen aan de opdrachten van bedrijven en zijn zelf verantwoordelijk voor de projectresultaten. Value in the Valley wil daarbij vooral innovatie bevorderen met het oog op duurzame energie. Docenten en experts uit het bedrijfsleven ondersteunen de projectmedewerkers als coach, zodat de werkervaring voor de projectmedewerkers ook een leerervaring wordt. Dit gebeurt allemaal vanuit de hypermoderne bedrijfslocatie Meerwold, waarin Value in the Valley gevestigd is.
en het werkt
Na de start in 2005 was de belangstelling van zowel bedrijven als studenten overweldigend. Het oprichten van Value in the Valley heeft veel enthousiasme bij zowel studenten als docenten en experts opgeleverd. Vanuit dit enthousiasme zijn er mooie resultaten te zien met betrekking tot o.a. pedagogiek en didactiek, een professionele cultuur en een ketenaanpak met zowel bedrijven als andere onderwijsinstellingen.
De verwachting is dat het initiatief op termijn zorgt voor meer instroom in de gerelateerde studierichtingen. Succesvol blijkt de benadering van de student als échte professional, met échte collega’s en échte opdrachtgevers. Ook het multidisciplinaire karakter (zowel horizontaal als verticaal) draagt bij aan het succes.
uitgangspunten
Het ontwerp van de onderwijsprogramma’s is gebaseerd op vier vernieuwende uitgangspunten:
1. De inhoud wordt bepaald door het begrip Duurzaamheid in relatie tot Milieu, Energie, Landbouw en Techniek, gericht op de noordelijke regio (maatschappelijke betrokkenheid op het gebied van duurzame energie).
2. Een nieuw onderwijsconcept: de nadruk ligt op het gezamenlijk oplossen van vraagstukken van externe opdrachtgevers, waarbij de vraagstukken aansluiten bij de eigen kennis en interesse van de studenten.
3. Het programma is gericht op onderlinge samenwerking en is grensoverstijgend: zowel op het gebied van leren/werken, als op het gebied van agrarisch/technisch onderwijs en m.b.t. vmbo, mbo, hbo en het bedrijfsleven. Hoe meer verschillende ideeën er over de oplossing van een vraag of probleem zijn, hoe beter het is voor het leren.
4. Innovatiekracht, denkkracht en creativiteit worden gestimuleerd door het ontwikkelen en toepassen van nieuwe didactische werkvormen.
|